Protozoaire infecties - Toxoplasma

NVP Parasieten factsheets: Humaan - Protozoaire infecties - Toxoplasma - Toxoplasma gondii
RedactieDr. H. Sluiters
Laatste update18-06-2007
Groepsnaam
Officiële naam parasietToxoplasma gondii
Algemeengeen toevoegingen
IndelingPhylum: Protozoa (dierlijke eencelligen)
Subphylum: Apicomplexa
Orde: Toxoplasmida
Parasitaire aandoeningtoxoplasmosis of toxoplasmose
Nederlandse (populaire) naamNiet specifiek
Engelse naamParasiet: Toxoplasma gondii
Aandoening: toxoplasmosis
Wijze van overdrachtVerschillende stadia van de parasiet zijn voor ons infectieus. Opname via de mond door óf het binnenkrijgen van een stadium (oocyst) van de parasiet dat zich in kattenfeces heeft verspreid en zich bijvoorbeeld op verse groente kan bevinden, óf door het eten van onvoldoende verhit vlees met daarin weefselcysten van de parasiet.

Tijdens de zwangerschap kan overdracht plaatsvinden via de bloedbaan van moeder via de placenta naar het ongeboren kind. Daarbij wordt het tachyzoieten stadium van de parasiet overgedragen.

Ook via transplantaties van organen kunnen de parasieten tezamen met het donororgaan, bijvoorbeeld een hart met weefselcysten in de hartspier, in de ontvanger terechtkomen.
LevenscyclusZie Medische Parasitologie: hoofdstuk 3.4, pagina 43.

Eenvoudige uitleg:
Deze parasiet kent gastheerwisseling. De mens en tal van zoogdieren en vogels zijn tussengastheer; definitieve gastheren zijn katachtigen met als voornaamste vertegenwoordiger daarvan de huiskat. Vanuit een infectie in de darmwand van de kat komen oocysten met de ontlasting mee naar buiten. In de oocyst vormen zich 2 sporocysten, waarbinnen zich in elk 4 sporozoieten ontwikkelen. Na ongeveer 48 uur zijn deze oocysten infectieus. Wanneer deze rijpe oocysten opgegeten worden komen de sporozoieten in de darm vrij en dringen door de darmwand heen. In een lichaamscel veranderen deze sporozoieten in een ander stadium, de tachyzoieten. Deze delen zich tot de gastheercel waarin de parasieten zitten `vol` is en barst, waardoor de parasieten weer vrij komen. Deze parasieten dringen opnieuw een gastheercel binnen. Dit herhaalt zich continu tijdens het acute stadium van de infectie. Op een gegeven moment barsten de cellen niet meer meteen en worden er weefselcysten gevormd. Een weefselcyste kan een paar duizend parasieten bevatten. Het stadium van de parasiet wordt nu bradyzoiet genoemd. Hier spreken we van ongeslachtelijke vermenigvuldiging. Deze kan zich in allerlei organen in het lichaam afspelen, maar zeker in het centraal zenuwstel en de skeletspieren. De weefselcysten zullen het hele verdere leven aanwezig blijven. Alleen bij katachtigen vindt er naast de hiervoor geschetste ontwikkeling ook een geslachtelijke vermenigvuldiging plaats in cellen van de darmwand. Uiteindelijk worden daar weer oocysten gevormd die opnieuw met de ontlasting van de kat naar buiten komen.

Afbeeldingen:
informatie volgt

Internet:
informatie volgt

Distributie over de wereldInfecties van de mens met Toxoplasma parasieten worden over de gehele wereld aangetroffen. Daarnaast worden de parasieten bij zeer veel zoogdieren en vogels gevonden.
Situatie in NederlandMen ziet een toename van het aantal infecties in de bevolking met een toename van de leeftijd. Uiteindelijk is op 65 jarige leeftijd 70-80% van de bevolking geïnfecteerd. Dit is vastgesteld door het aantonen in het bloed van antilichamen gericht tegen Toxoplasma. Er worden wel argumenten aangevoerd dat in werkelijkheid de percentage van infectie in de bevolking nog hoger ligt.
DiagnostiekZie Medische Parasitologie: hoofdstuk 3.4, pagina 45-50.

Omdat de meeste symptomen in het begin van een infectie te verwachten zijn is het van belang om nieuwe infecties te kunnen onderscheiden van reeds langer bestaande. Infecties worden in het algemeen aangetoond door het demonstreren van de aanwezigheid van antilichamen in het bloed tegen de parasieten. De parasieten worden dus niet rechtstreeks aangetoond, maar indirect door het meten van de opgeroepen afweerreactie. Omdat een hoog percentage van de bevolking de infectie met zich draagt en deze antilichamen produceert worden gewoonlijk 2 bloed-(serum) monsters afgenomen met een tussenpoos van 2-3 weken. Een recente infectie wordt bewezen geacht wanneer antilichamen verschijnen of wanneer er een sterke toename is van de antilichamen. Het afweersysteem reageert het sterkst met de aanmaak van het immuuneiwit in de klasse G (IgG). Daarnaast, maar in kleinere concentratie wordt specifiek anti-toxoplasma-IgM aangemaakt. Omdat beide antilichamen lange tijd aanwezig kunnen blijven is bij een positieve bevinding van IgG en IgM nader onderzoek nodig om een conclusie te kunnen trekken omtrent de mogelijkheid van een recente infectie.
Daarnaast worden in bijzondere situaties getracht de parasieten zelf aan te tonen. Dat kan met fluorescentie reacties en door het aantonen van DNA van de parasieten met behulp van een polymerase ketting reactie.

Zie Diagnostisch kompas

Protocollen Diagnostiekinformatie volgt

Klinische aspectenZie Medische Parasitologie: hoofdstuk 3.4, pagina 45-50.

Verreweg de meeste infecties verlopen onopgemerkt. Er zijn weinig tot geen kenmerkende symptomen. Het meest wordt als enige symptoom een lymfklier vergroting in het hoofd/hals gebied gevonden. Het kan in het begin gepaard gaan met een lichte temperatuurverhoging tot een niet-hoge koorts. Meestal wordt een dergelijke infectie niet behandeld. Maar er kunnen extreme vermoeidheidsverschijnselen optreden, die één tot anderhalf jaar blijven bestaan. Dan is therapie alleen zinvol gedurende de eerste maanden, omdat de parasieten daarna niet meer worden bereikt. Mensen met een verminderde of geringe afweer (HIV/AIDS, bij transplantaties, in het geval van therapie met afweer-onderdrukkende effecten) vormen een risicogroep. Bij deze personen kan een Toxoplasma infectie levensbedreigend zijn. De parasieten kunnen dan in allerlei organen gevonden worden. Zo kan de aanwezigheid van de parasieten in het centrale zenuwstelsel een hersenaandoening veroorzaken.

Een eerste infectie met Toxoplasma die tot stand komt tijdens de zwangerschap kan aanleiding zijn tot een infectie van het ongeboren kind. We spreken dan van congenitale toxoplasmose. Afhankelijk van het moment waarop dat gebeurt kunnen er meer of minder ernstige afwijkingen ontstaan. Het meest voorkomend zijn afwijkingen in het oog die zelfs tot blindheid kunnen leiden. In veel Europese landen worden daarom de zwangeren gescreend op de aanwezigheid van antilichamen tegen de parasiet. In Nederland is dat geen standaardprocedure. De aanwezigheid van antilichamen in het begin van de zwangerschap sluit congenitale toxoplasmose nagenoeg uit.

Behandeling (gangbare medicatie)Meestal wordt een combinatie van sulfadiazine en pyrimethamine gegeven. Deze middelen versterken elkaar. Ook wordt daarbij folinezuur verstrekt om negatieve effecten van de pyrimethamine tegen te gaan.

De behandeling van een infectie tijdens een zwangerschap en bij mensen met een verminderde weerstand vergt door de aparte benadering specialistische hulp.

Bescherming tegen infectieVlees voor consumptie, ook het binnenste daarvan, dient goed verhit te worden opdat eventueel aanwezige bradyzoieten in weefselcysten worden gedood. Een kat in huis, vooral een jonge, brengt risico met zich mee. Zeker is dit het geval wanneer het dier diarree heeft. Kattenbakken dienen elke dag verschoond te worden om te voorkomen dat oocysten in de huiselijke sfeer rijp en infectieus worden. Bij voorkeur zal een zwangere een kattenbak niet zelf verschonen.

Verse groenten dienen goed gewassen te worden. Ga tuinieren met handschoenen aan.
Verdere informatie over patiënten diagnostiek en behandeling in NederlandWanneer men zich zorgen maakt over een mogelijke infectie met deze parasiet is het verstandig (eerst) met de huisarts te overleggen.

Serologisch onderzoek ter opsporing van een infectie kan bij de huisarts en in elke kliniek in Nederland aangevraagd worden. Het onderzoek zelf gebeurt in parasitologische of microbiologische laboratoria. Verdergaand onderzoek met toepassing van andere technieken wordt gedaan in de academische centra in Amsterdam, Leiden, Nijmegen, Rotterdam en het RIVM.

Door de ernst van de aandoening bij mensen met een verminderde weerstand vindt specialistische behandeling meestal plaats in academische centra of grote ziekenhuizen.

Recente Nederlandse publicatie over diagnostiek van Toxoplasma:
J.J. Verweij, L. van Lieshout (2005). Moleculaire diagnostiek van toxoplasmose. Ned. Tijdschr. Med. Microbiol. 13(3): 59-62.

Voor vakinhoudelijke informatie of overleg (alleen voor professionals) over diagnostiek en behandeling van Toxoplasma infectie, zie contact gegevens diagnostische centra.

Wetenschappelijk onderzoek naar diagnostiek en behandeling in NLOnderzoek naar de diagnostiek vindt plaats in de parasitologische laboratoria van de academische centra in Amsterdam, Leiden, Nijmegen, Rotterdam en het RIVM. Een aparte plaats hierin wordt ingenomen door het interuniversitaire Oogheelkundig Instituut te Amsterdam dat zich specifiek richt op aandoeningen van het oog.
Achtergrond informatie voor professionals
Tekstgrote:  kleiner -  groter  Pagina-navigatie:  Naar boven