Infecties met Platwormen - Schistosoma

NVP Parasieten factsheet: Humaan - Infecties met Platwormen - Schistosoma - Schistosoma mansoni
RedactieDr. L. van Lieshout in overleg met de sectie Parasitologie SKML
Laatste update24-07-2014
GroepsnaamSchistosoma
Officiële naam parasietSchistosoma mansoni
Algemeen

geen toevoegingen

Indeling

Phylum: Plathelminthes (platwormen)
Klasse: Trematoda (botten)
Genus: Schistosoma

Parasitaire aandoening

schistosomiasis, intestinale schistosomiasis

Nederlandse (populaire) naam

van parasiet: Bilharzia
van ziekte: bilharzia (bilharziasis); intestinale bilharzia

Engelse naam

(intestinal) schistosomiasis, bilharzia

Wijze van overdracht

Men loopt de infectie op door contact met zoetwater in de tropen, waar de slakkensoorten leven die dienen als tussengastheer.

De parasiet kan niet van mens tot mens worden overgedragen.

Risicogroepen vormen:

1) personen afkomstig uit die gebieden waar schistosomiasis algemeen voorkomt

2) reizigers naar deze gebieden

Men dient in deze gebieden in contact te zijn geweest met oppervlakte water. Met name betreft dit stilstaand tot langzaam stromend, ondiep, water.

Levenscyclus

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 6.1, pagina 117-125.

Eenvoudige uitleg:
Parasieten, uitgescheiden door de slakken in het water, dringen door de huid van de mens en gaan via de longen naar de lever. Hier groeien zij uit tot volwassen wormen van ongeveer 1 cm. Mannetjes- en vrouwtjeswormen gaan vervolgens als paar naar de bloedvaten rond de dikke darm. Zes tot acht weken na het binnendringen van de parasieten, maar soms ook pas veel later, kunnen de eerste eieren in de ontlasting worden gevonden. Een deel van deze eieren blijft in het lichaam achter en is verantwoordelijk voor het ziektebeeld. Als in de tropen de eieren via de ontlasting in water terechtkomen, dringt de larve die uit het ei komt bij de geschikte slakkensoort naar binnen. In de slak vermenigvuldigen de parasieten zich en komen vervolgens weer in het water terecht. Volwassen wormen kunnen vele jaren, zelfs decennia lang, in de mens voortleven.

Afbeeldingen:
Zie fotogalerie en op internet diverse afbeeldingen van verschillende stadia in ontwikkelingscyclus.


Internet:
Filmpje over schistosomiasis (Engelstalig, wetenschappelijk/historisch) 

LCI met ook LCI-richtlijn voor uitgebreide omschrijving voor professionals (Nederlands)

WHO factsheet

CDC informatie (Engels); meer wetenschappelijk: CDC-DPDx

Distributie over de wereld

Naar schatting 200 miljoen mensen zijn wereldwijd geïnfecteerd met Schistosoma. De transmissie is beperkt tot de tropen, hoewel er ook meldingen van transmissie zijn in Corsica. Zie factsheet S. haematobium.

 

Voor alle Schistosoma soorten geldt dat de verspreiding sterk focaal is.
Betrouwbare verspreidingskaarten wat betreft de species zijn daarom niet gemakkelijk te geven. Er zijn ook kaarten die aangeven waar de belangrijkste risico gebieden liggen.


S. mansoni komt voor in Afrika en delen van Zuid Amerika (met name Brazilie en Suriname).

Situatie in Nederland

Schistosomiasis is in Nederland een importziekte.

Volgens ruwe schattingen doen zich enkele honderden nieuwe gevallen per jaar voor. Zover bekend overlijden in Nederland geen mensen aan schistosomiasis.

Schistosoma mansoni infecties worden hier gevonden bij migranten uit Afrika en bij Nederlandse reizigers die Afrika bezochten. Het aantal importinfecties uit Zuid Amerika is niet zo groot. Veelal zijn dit mensen die in Suriname zijn opgegroeid.

Schistosomiasis is geen meldingsplichtige ziekte.

 

LCI met ook LCI-richtlijn voor uitgebreide omschrijving voor professionals (Nederlands)

Nederlandstalige publicatie over schistosomiasis:
P.A. Kager & H.G. Schipper (2001) Koorts en eosinofilie, al dan niet met urticaria, na een reis door Afrika: acute schistosomiasis. Ned Tijdschr Geneeskd 145(5):220-225

Diagnostiek

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 6.1, pagina 117-125.

Het aantonen van eieren in ontlasting vormt de klassieke methode voor het aantonen van een S.mansoni infectie.

Omdat de ei-productie veelal zeer gering is, moet een goede concentratiemethode gebruikt worden. Het is gebruikelijk om naast een Ridley-concentratie ook een glycerine-sedimentatie uit te voeren. Deze heeft als voordeel dat levende eieren kunnen worden aangetoond. Het onderzoeken van een rectumbiopt wordt steeds minder toegepast.

De noodzaak om het aantal gevonden eieren te kwantificeren is komen te vervallen. Doordat de huidige therapie weinig tot geen bijwerkingen geeft, worden ook lichte infecties behandeld. Alleen bij epidemiologisch onderzoek wordt nog gebruikt gemaakt van kwantitatief onderzoek, zoals de methode van Kato.

Serologisch onderzoek neemt een belangrijke plaats in bij het diagnosticeren van schistosomiasis. In het bijzonder bij reizigers is dit een gevoelige methode, mits uitgevoerd minimaal 6 weken na zoetwatercontact in een gebied waar schistosomiasis voorkomt. Het nadeel is dat deze antilichamen, ook na therapie, nog vele jaren aantoonbaar blijven. 

Moleculair-biologische technieken lijken een bruikbaar alternatief voor microscopisch onderzoek. PCR kan worden uitgevoerd op feces, urine en andere lichaamsmaterialen. Deze methode is momenteel beschikbaar als routine diagnostiek bij een enkel academisch centrum.

Protocollen Diagnostiek

Glycerine-sedimentatiemethode
Concentratiemethode volgens Ridley
Kato-preparaat
Zie Medische Parasitologie, hoofdstuk 11-1, pagina 213, voor meer informatie over serologisch onderzoek schistosomiasis

Klinische aspecten

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 6.1, pagina 117-125.

Er zijn drie stadia van ziekte bij een Schistosoma-infectie:

 

1) Een cercariën-dermatitis ten gevolge van de binnendringen van de parasiet. De huidreactie ontstaat heel snel na contact met besmet water en duurt een paar uur tot enkele dagen. Specifieke diagnose is in deze fase niet mogelijk.

 

2) Het Katayama-syndroom: de fase van de acute schistosomiasis. Hierbij ontstaan allergische reacties op de zich ontwikkelende wormen. Vaak is er algehele malaise, vermoeidheid en koorts, soms zijn er ook longklachten. Deze symptomen beginnen enkele weken na infectie en kunnen enige weken aanhouden. Eieren worden nog niet uitgescheiden. Wel kan de infectie vaak al met serologisch onderzoek worden aangetoond.

 

3) Het stadium van de chronische infectie. Niet alle eieren die de wormen produceren verlaten het lichaam met de ontlasting. Een deel van de eieren blijft steken in darmwand of lever en gaan daar dood. Zij geven een ontstekingsreacties en er ontstaan zogenaamde granulomen. Deze verbindweefseling kan onder meer leiden tot ernstige darm- en leverklachten. Vaak echter zijn de klachten weinig specifiek.

Deze drie stadia treden niet bij iedereen op. Schistosoma infecties kunnen ook symptoomloos verlopen, met name in de eerste stadia. Het is daarom zinvol om zich te laten testen om infectie uit te sluiten. Dit kan vanaf minimaal 6 weken na contact met mogelijk besmet water.

In zeer zeldzame gevallen kunnen complicaties optreden doordat de eieren van de wormen op ongebruikelijke plaatsen in het lichaam komen. Zij kunnen dan neurologische uitvalsverschijnselen geven of problemen met uro-genitale organen.

Meer informatie over klinische aspecten staat op de site van LCI ; doorklikken naar LCI-richtlijn voor uitgebreide omschrijving voor professionals (Nederlands)


Een cercariën-dermatitis met veel heftiger symptomen (zwemmersjeuk) zien we bij contact met Schistosoma- soorten van vogels zoals Trichobilharzia ocellata. Deze komen ook in Nederland in het oppervlaktewater vrij veel voor. Deze parasieten zijn niet aangepast aan de mens en ontwikkelen zich dan ook niet tot volwassen wormen.

Voor meer informatie over zwemmersjeuk:  (Engels)

Behandeling (gangbare medicatie)

Praziquantel
tabletten, antiworm middel

Bescherming tegen infectie

Contact vermijden met oppervlakte water in delen van Afrika en Zuid-Amerika waar de infectie voorkomt.

Meer informatie over bescherming tegen infectie staat op de site van LCI ; doorklikken naar LCI-richtlijn voor uitgebreide omschrijving voor professionals (Nederlands)


Verdere informatie over patiënten diagnostiek en behandeling in Nederland

Indien u zich wilt laten onderzoeken op parasieten in de darm neem dan in eerste instantie contact op met uw (huis)arts. Ook voor een behandelingsadvies kunt u het beste met uw huisarts overleggen. Indien nodig zal hij/zij u doorverwijzen naar een specialist.

Microscopisch onderzoek naar parasieten in ontlasting kan in de meeste gevallen worden uitgevoerd door een microbiologisch of klinisch chemisch laboratorium in de regio. Voor het aantonen van Schistosoma is het specifiek vermelden van een verdenking van belang.

Serologisch onderzoek wordt gewoonlijk gedaan bij één van de gespecialiseerde Nederlandse kenniscentra.

Voor vakinhoudelijke informatie of overleg (alleen voor professionals) aangaande diagnostiek en behandeling, zie: AMC, LUMC

Wetenschappelijk onderzoek naar diagnostiek en behandeling in NL

Op de Afdeling Parasitologie van het LUMC wordt onderzoek verricht naar schistosomiasis, ondermeer naar verbeterde diagnostiek en naar de immunologische relatie tussen parasiet en gastheer.


In sommige endemische gebieden wordt gebruik gemaakt van testen om circulerende antigenen, die door de volwassen wormen in het bloed uitgescheiden worden, met immunologische methoden aan te tonen. Deze antigenen worden via de urine uitgescheiden en zijn daarin ook aantoonbaar. De antigeen-concentratie is bovendien een maat voor de wormlast van de patiënt. Een eenvoudig afleesbare dipstick test voor het aantonen van Schistosoma-antigenen in de urine wordt in diverse landen gebruikt waar schistosomiasis veel voorkomt. Onderzocht wordt of deze testen ook bruikbaar zijn in de Nederlandse situatie, waar gebruikelijk lage intensiteit infecties worden gezien.

 

Een moleculaire test (PCR) voor het aantonen Schistosoma DNA in feces, urine of ander lichaamsmateriaal is in Nederland op enkele academische ziekenhuizen en gespecialiseerde medische centra als (routine) diagnostische test beschikbaar.

Achtergrond informatie voor professionals

Zie ook: Gryseels B, Polman K, Clerinx J, Kestens L (2006) Human schistosomiasis.Lancet 368:1106-18.

Tekstgrote:  kleiner -  groter  Pagina-navigatie:  Naar boven