Infecties met Rondwormen - Strongyloides

NVP Parasieten factsheet: Humaan - Infecties met Rondwormen - Strongyloides - Strongyloides stercoralis
RedactieL. van Lieshout, in overleg met Sectie Parasitologie- SKML
Laatste update31-08-2011
Groepsnaam
Officiële naam parasietStrongyloides stercoralis
Algemeen

Geen aavullingen

Indeling

Phylum: Nematoda (rondwormen)
Klasse: Phasmidia
Orde: Rhabditida
Familie: Strongyloididae
Genus: Strongyloides

Parasitaire aandoening

Strongyloidiasis

Nederlandse (populaire) naam

Voor deze parasiet is geen typisch Nederlandse naam bekend.

Engelse naam

Voor parasiet: Strongyloides

Voor ziekte: strongyloidiasis

Wijze van overdracht

De L-1 (rhabditiforme) larven die met de feces op de grond terecht komen ontwikkelen zich binnen 48 uur tot infectieuze L-3 (filariforme) larven. Infectie vind plaats door het binnendringen van de L-3 larven door de huid. Er kan ook sprake zijn van een auto-infectie waarbij de ontwikkeling van L-1 naar L-3 larve heel snel plaatsvindt. In dat geval zal er bij een geinfecteerd persoon constante herinfectie plaatsvinden.

Levenscyclus

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 7.3, pagina 137-141.

Eenvoudige uitleg:
De ontwikkelingscyclus van Strongyloides stercoralis is complex. De infectieuze L-3 (filariforme) larven dringen de huid binnen en ontwikkelen zich tijdens een longpassage en migratie naar de dunne darm tot een volwassen worm van ± 2 mm lang. De vrouwlijke worm produceert aldaar eieren waaruit direct nieuwe larven komen. Deze L-1 (rhabditiforme) larven komen met de feces mee naar buiten en kunnen zich op de grond verder ontwikkelen tot de wederom infectieuze L-3 larven.

Deze ontwikkeling van een L1 naar een L3 stadium kan ook al in de darm plaatsvinden. Het is daarmee mogelijk dat dat de L3-larven in de darm of peri-anaal opnieuw het lichaam binnendringen. Vanwege deze route van auto-infectie kan men de Strongyloides parasiet vele tientallen jaren bij zich dragen, ook lang nadat men de tropen heeft verlaten.   

Naast de parasitaire cyclus heeft Strongyloides stercoralis, in tegenstelling tot de mijnwormen, ook een vrijlevende cyclus.

Afbeeldingen:
CDC

 

Internet:

Uitgebreide omschrijving ontwikkelingscyclus CDC (Engels)

Distributie over de wereld

Tropen en subtropen. Het risico op een infectie kan sterk per regio verschillen. Bekende gebieden zijn Suriname, delen van West Afrika en Zuid-Oost Azië (Thailand, Vietnam).

Situatie in Nederland

Wordt regelmatig als importinfectie gezien.

Diagnostiek

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 7.3, pagina 137-141.

De laboratoriumdiagnostiek is primair gebaseerd op het aantonen van de larven in de ontlasting. De gebruikelijke methode daarbij bestaat uit zowel de concentratiemethode van Ridley als de methode van Baermann, veelal gecombineerd met een larvenkweek. Deze methoden zijn noodzakelijk omdat het aantal larven in de ontlasting veelal bijzonder laag is. 


Serologisch onderzoek neemt een belangrijke plaats in bij het diagnosticeren van een strongyloides infectie. In het bijzonder bij chronische infecties waarbij auto-infectie herhaaldelijk heeft plaatsgevonden is dit een gevoelige methode.

 

Moleculair-biologische technieken, waarbij dmv PCR specifiek DNA van de parasite kan worden aangetoond in klinische sampels zoals feces is onder meer op het LUMC als routine diagnostische test beschikbaar. 

Protocollen Diagnostiek

Direct preparaat
Ridley concentratie
Methode van Baermann
Feces kweek voor nematode larven

Klinische aspecten

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 7.3, pagina 137-141.

Infectie met Strongyloides is mogelijk zonder dat er enige klachten zijn. Klinisch zijn er drie stadia te onderscheiden. Migrerende larven kunnen urticaria geven ('larva currens'). Tijdens de longpassage kunnen hoest en soms enige koorts optreden (syndroom van Loeffler). De volwassen wormen kunnen maag-darmklachten en diarree veroorzaken. Vaak, maar zeker niet altijd, gaat een strongyloides-infectie gepaard met (hoge) eosinofilie.

Onder specifieke condities, in het bijzonder een verminderde cellulaire afweer, kan ten gevolge van de vele auto-infecties een hyperinfectie optreden. Larven kunnen dan overal in het lichaam worden aangetroffen. Dergelijke gedissimineerde infecties hebben veelal een fataal beloop. Om deze reden worden risicogroepen, zoals transplantatie patiënten of personen die langdurig corticoïden moeten slikken, op strongyloides-infectie onderzocht.

Behandeling (gangbare medicatie)

Ivermectine (tabletten, antiworm middel)

Zie SWAB en Farmacotherapeutisch kompas

Bescherming tegen infectie

De preventie van Strongyloides-infectie bestaat uit het voorkómen van contact met warme vochtige grond waar de larven zich in kunnen ontwikkelen. In de praktijk komt dit neer op het dragen van schoenen, en het niet op blote voeten lopen in gebieden waar Strongyloides voorkomt. Bij verzorging van patiënten met een gedissimineerde infectie moet rekening gehouden worden met het feit dat deze personen ook direct infectieuze (L-3) larven kunnen uitscheiden.

Verdere informatie over patiënten diagnostiek en behandeling in Nederland

Indien u zich wilt laten onderzoeken op Strongyloides-infectie neem dan in eerste instantie contact op met uw (huis)arts.

Microscopisch onderzoek naar Strongyloides-larven in de ontlasting kan worden uitgevoerd door een microbiologisch laboratorium in de regio.

Voor vakinhoudelijke informatie of overleg (alleen voor professionals) aangaande diagnostiek en behandeling bij één van de parasitologische centra

Wetenschappelijk onderzoek naar diagnostiek en behandeling in NL

Op de Afdeling Parasitologie van het LUMC wordt onderzoek verricht naar de epidemiologie en diagnostiek van Strongyloides. Het epidemiologische onderzoek vindt voornamelijk plaats in endemische gebieden in de tropen.

Achtergrond informatie voor professionals
Tekstgrote:  kleiner -  groter  Pagina-navigatie:  Naar boven