Infecties met Rondwormen - Toxocara

NVP Parasieten factsheet: Humaan - Infecties met Rondwormen - Toxocara - Toxocara canis
RedactieE. Pinelli (RIVM) in overleg met Sectie Parasitologie SKML
Laatste update11-10-2009
GroepsnaamToxocara
Officiële naam parasietToxocara canis
AlgemeenVeel informatie van deze sheet komt overeen met die van Toxocara cati.
IndelingPhylum: Nematoda (rondwormen)
Orde: Ascaridida
Genus: Toxocara
Parasitaire aandoeningToxocariasis
Syndromen: Viscerale Larva Migrans (VLM) en Oculaire Larva Migrans (OLM)
Nederlandse (populaire) naamVoor parasiet: Toxocara canis (hondenspoelworm)
Voor ziekte: Toxocariase of toxocarose.
Syndromen: Viscerale Larva Migrans (VLM) en Oculaire Larva Migrans (OLM)
Engelse naam

Voor parasiet: Toxocara canis
Voor ziekte: Toxocariasis of toxocarosis.
Syndromen: Visceral Larva Migrans (VLM) en Ocular Larva Migrans (OLM)

 

Wijze van overdracht

De mens wordt geïnfecteerd met T. canis door het binnenkrijgen van infectieuze eieren, die aanwezig zijn in, met hondenfeces, vervuilde grond (bv. zandbakken, parken, speeltuinen, tuinaarde, compost).

 

Risicogroepen:

  • Kleine kinderen die in met hondenfeces vervuilde zandbakken of grond spelen
  • Kinderen met pica of geophagie (neiging om grond te eten)
  • Mensen die met hondenfeces vervuilde grond werken (o.a. tuinieren)
Levenscyclus

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 7.5, pagina 145-147.

Eenvoudige uitleg:
Volwassen vrouwelijke wormen in de dunne darm van de hond scheiden grote aantallen eieren uit, die samen met de feces in het milieu terechtkomen. De eieren worden infectieus als ze gaan embryoneren. Onder gunstige omstandigheden gebeurt dit binnen 2 tot 6 weken. Mensen raken geïnfecteerd als ze de infectieuze eieren binnenkrijgen. Na opname van de eieren komen de larven uit, penetreren vervolgens de darmwand en migreren door het lichaam via bloed- en lymfevaten. T. canis heeft een voorkeur te migreren naar organen, zoals lever (ophoping) en longen. De larven kunnen zich bij de mens niet tot volwassen wormen ontwikkelen, maar kunnen jaren ingekapseld in weefsels aanwezig blijven.

 

Afbeeldingen:
T. canis eieren op CDC-site

T. canis L2 larven in kweek  filmpje (mpg - 5,53 MB) of filmpje (wma - 1 MB) van RIVM

 

Internet:
CDC-site: http://www.dpd.cdc.gov/dpdx/HTML/Toxocariasis.htm
Atlas: http://www.cdfound.to.it/html/dir3.htm

 

Voor publicaties over Toxocara zie:

  • E. Pinelli. L.M. Kortbeek and J.W.B. van der Giessen. 2005. Toxocara. In:Parasitology. Topley & Wilson’s Microbiology and Microbial Infections. 10th edition 2005.(eds.F.E.G. Cox, Derek Wakelin, Stephen H. Gillespie and Dickson D. Despommier).pp. 750
  • P. Overgaauw. Aspects of toxocara epidemiology: human toxocarosis.  Crit Rev Microbiol 1997, 23:215-31. (PubMed)
Distributie over de wereld

Toxocara canis komt over de hele wereld voor. Ook in Nederland zijn vrijwel alle pups besmet met deze worm.

 

Zie verder: http://www.dpd.cdc.gov/dpdx/HTML/Toxocariasis.htm

en: P.A.M. Overgaauw. Aspects of Toxocara epidemiology: toxocarosis in dogs and cats. Crit Rev Microbiol 1997, 23:233-53. (PubMed)

Situatie in Nederland

Infectie met T. canis heeft in de meeste gevallen een subklinisch verloop. Uit een epidemiologisch onderzoek in Nederland (Pienter-Pilot, 1994) blijkt de Toxocara seroprevalentie gemiddeld 19% te zijn. Deze seroprevalentie neemt toe met de leeftijd van 4 % bij kinderen van 1-4 jaar tot 39 % bij personen van 75-79 jaar (Melker et al. RIVM rapport 213675004).
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/213675004.html

 

Kinderen hebben vaker klinische symptomen van toxocariasis, doordat ze vaker in contact komen met besmette grond van zandbakken en speeltuinen en door het eten van grond. Toxocara larven migreren o.a. naar de longen en veroorzaken ademhalingsstoornissen, piepen en hoesten. Door het gebruik van muismodellen is aangetoond dat een enkele infectie met T. canis eieren tot hyperreactiviteit en ontsteking van de luchtwegen leidt, die maandenlang aanhoudt. Zie ook Pinelli et al. Clin Exp Allergy. 2005 35:826 (PubMed) en Pinelli et al. Exp. Parasitol. 2007 115:76-82 (PubMed)


Uit epidemiologisch onderzoek wordt gesuggereerd dat er een relatie bestaat tussen infectie met Toxocara en het tot uiting komen van allergische aandoeningen bij kinderen (Buijs et al. Eur Respir J 1997,10:1467-75 ; PubMed)  Deze bevindingen zijn bevestigd door gebruik te maken van het muismodel voor toxocariasis. Pinelli et al. (Clin Exp Allergy. 2008. 38:649-58 PubMed) hebben laten zien dat muizen geïnfecteerd met Toxocara canis resulteert in een verergering van de allergische luchtwegontsteking. De immunologische mechanismen achter deze relatie worden momenteel op de afdeling Parasitologie van het RIVM bestudeerd.

 

LCI protocol: niet aanwezig

 

Toxocariasis veroorzaakt door T. canis is geen meldingsplichtige ziekte

 

Diagnostiek

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 7.5, pagina 145-147.

Het aantonen van de parasiet door middel van fecesonderzoek is niet mogelijk, aangezien de larven zich niet ontwikkelen tot volwassen wormen en er dus geen productie van eieren is. Slecht bij hoge uitzondering lukt het om de migrerende larve in bioptmateriaal aan te tonen.


De diagnostiek van toxocariasis richt zich primair op serologisch onderzoek. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een excretie-secretie (ES) antigeen die door de T. canis larven wordt geproduceerd. Met gebruik van deze ELISA kunnen infecties met T. canis en T. cati niet onderscheiden worden.

 

Moleculaire diagnostiek is mogelijk. Hierbij wordt het DNA van T. canis of T. cati in biopt materiaal of BAL (bronchoalveolar lavage) door middel van PCR/RFLP aangetoond.

 

De aanwezigheid van eosinofilie, leucocytose en een hypergammaglobulinemie kan daarnaast een aanwijzing zijn voor een actieve infectie. 
 

Zie verder:

T. canis L2 larven in kweek  filmpje (mpg - 5,53 MB) of filmpje (wma - 1 MB) van RIVM

Protocollen Diagnostiek

Voor het serologisch onderzoek worden IgG antistoffen gericht tegen Toxocara canis ES antigeen aangetoond d.m.v ELISA.

 

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 11.

Klinische aspecten

Zie Medische Parasitologie: hoofdstuk 7.5, pagina 145-147.

Na het opnemen van infectieuze eieren migreren de T. canis larven via bloed- en lymfevaten naar spieren en organen, zoals lever en longen. Het centrale zenuwstelsel kan ook aangetast worden. Deze fase van migrerende larven kan lang duren en aanleiding geven tot het VLM syndroom. De klassieke vorm van VLM gaat gepaard met koorts, hoesten, anemie, hepatosplenomegalie en ademhalingsstoornissen. Eosinofiele longontsteking (Loeffler’s pneumonie) is ook beschreven. De veranderingen in het longweefsel kunnen bij een Toxocara infectie sterk lijken op de afwijkingen die gezien worden bij astma.

 

Toxocariasis moet worden overwogen bij ieder kind met persisterende, onbegrepen eosinofilie, ademhalingsstoornissen en buikpijnklachten. Toxocara larven kunnen ook naar het oog migreren en veroorzaken daar een granulomateuze reactie. In dat geval wordt gesproken over OLM. VLM komt vaker bij jonge kinderen voor en OLM bij oudere kinderen en volwassenen.

 

Infectie met andere nematoden, zoals Toxocara cati, de kattenspoelworm en Ascaris suum, de varkensspoelworm, kan ook leiden tot VLM.

Behandeling (gangbare medicatie)

Voor de behandeling van een Toxocara infectie dient de patiënt zich eerst te vervoegen bij de huisarts.

 

Bij ernstige Toxocara-infectie, vooral wanneer het oog of het centraal zenuwstelsel is betrokken, kan medicatie met larvicide antihelmintica overwogen worden, zoals: mebendazol, albendazol en diethylcarbamazine. Daarbij bestaat het risico van ernstige overgevoeligheidsreacties veroorzaakt door stervende larven. De anthelminticadosering wordt daarom geleidelijk gedurende een aantal dagen verhoogd onder gelijktijdige toediening van corticosteroïden.

Bescherming tegen infectie

Er bestaat geen vaccin dat toxocariase voorkomt. Men kan zich alleen beschermen door:

1) het regelmatig ontwormen van hond en kat (vooral pups en kittens)
2) voorkomen van grondbesmetting door handschoenen te dragen bij het tuinieren, groente en fruit goed te wassen en zandbakken af te dekken
3) handen te wassen na het buitenspelen of tuinieren en de nagels van kinderen kort te houden.

Verdere informatie over patiënten diagnostiek en behandeling in Nederland

Bij verdenking van toxocariasis dient u zich eerst te vervoegen naar uw huisarts. Deze kan eventueel contact opnemen met een parasitoloog.

 

Bij de meeste toxocariasis gevallen worden geen medicijnen voorgeschreven. De beslissing van wel of niet behandelen ligt aan o.a. de ernst van de symptomen. Bij patiënten met VLM met positieve Toxocara serologie en eosinofilie wordt meestal albendazol gebruikt. Diethylcarbamazine (DEC) kan ook worden gebruikt, maar heeft bijwerkingen. Het middel is in Nederland niet geregistreerd. Naast de antihelmintica worden vaak ook corticosteroïden gegeven. Wanneer er sprake is van OLM moet er altijd een oogarts geraadpleegd worden.

 

Voor vakinhoudelijke informatie of overleg (alleen voor professionals) over diagnostiek en behandeling van Toxocara  infecties, kan contact worden opgenomen met de Afdeling Parasitologie van het RIVM

Wetenschappelijk onderzoek naar diagnostiek en behandeling in NLOnderzoek naar de diagnostiek van toxocariasis wordt uitgevoerd bij de afdeling Parasitologie van het RIVM
Achtergrond informatie voor professionals Muizen model cerebrale toxocariasis, zie Hamilton et al., 2006 (PubMed)  en Hamilton et al., 2008 (Pubmed)
Tekstgrote:  kleiner -  groter  Pagina-navigatie:  Naar boven