Parasieten algemeen

 

Wat zijn parasieten en parasitaire infecties?

De gezondheid van de mens wordt door tal van (micro)organismen bedreigd zoals virussen, bacteriën (prokaryoten), schimmels en parasieten (eukaryoten). Parasitaire infecties zijn infecties die veroorzaakt worden door parasieten.

Een parasiet is een organisme dat voor het volbrengen van zijn natuurlijke ontwikkelingscyclus gebruik maakt van een ander levend organisme, de gastheer. Een parasiet leeft tijdelijk of permanent in of op zijn gastheer en ontrekt hieraan zijn voedsel. Hoewel er ook parasieten van planten zijn, beperkt het vakgebied van de parasitologie zich tot die organismen waarbij mens of dier als gastheer optreden. Parasieten vormen een afzonderlijke groep welke te onderscheiden is van de virussen, bacteriën en schimmels.

 

Enkele bekende voorbeelden van parasieten die de mens als gastheer gebruiken:

 

  • ééncellige organismen die malaria, slaapziekte en toxoplasmosis veroorzaken
  • lintwormen
  • wormen die bilharzia (schistosomiasis) veroorzaken
  • vlooien, hoofdluizen, schaamluizen
  • mijten, die schurft (scabiës) veroorzaken
 

Parasieten zijn eukaryote organismen (bacteriën zijn prokaryoten) behorende tot het dierenrijk en zijn grofweg in te delen in ééncellige parasieten (protozoën), wormen (helminthen; plathyhelminthes of platwormen waaronder de trematoda en cestoda; nematoda of rondwormen) en geleedpotigen (zoals bijvoobeeld mijten, teken, luizen, vlooien). De ééncellige parasieten en wormen leven in het lichaam van de mens (infectie) en worden daarom ook wel endoparasieten genoemd en de meeste geleedpotigen, zoals mijten, luizen en vlooien leven op of in de huid en worden daarom ook wel ectoparasieten genoemd.

Zie tabel 1 voor een indeling van de parasieten en Parasieten factsheets voor gedetailleerde informatie over de afzonderlijke parasieten. 

 

Tabel 1:
Beknopt en schematisch overzicht van parasieten van de mens in het taxonomisch systeem. Over de taxonomische indeling zoals hier weergegeven bestaat geen eensgezindheid. Dit schema is gebaseerd op Beaver et. al. (1984) en Muller (2002).
PHYLUM: PROTOZOA (DIERLIJKE ÉÉNCELLIGEN)
SUBPHYLUM SARCOMASTIGOPHORA (FLAGELLATEN EN AMOEBEN)
Orde:   Amoebida Entamoeba, Endolimax, Iodamoeba, Naegleria, Acanthamoeba
Orde:   Retortomonadida Chilomastix
Orde:   Diplomonadida Giardia
Orde:   Trichomonadida Trichomonas, Dientamoeba
Orde:   Kinetoplastida Leishmania, Trypanosoma
SUBPHYLUM APICOMPLEXA
Orde:   Eucoccida Isospora, Cyclospora, Cryptosporidium, Plasmodium

 Orde:

 

 Toxoplasmida

 Toxoplasma, Sarcocystis

SUBPHYLUM CILIOPHORA (CILIATEN)
Orde:   Trichostomatida Balantidium
       
PHYLUM: PLATYHELMINTHES (PLATWORMEN)
Klasse: Trematoda ('botten')
 Orde:      
   familie Schistosomatidae Schistosoma
   familie Paragonimadae Paragonimus
   familie Opistorchidae Clonorchis, Opisthorchis
   familie Dicrocoelidae Dicrocoelium
   familie Fasciolidae Fasciola, Fasciolopsis
   familie Heterophyidae Heterophyes, Metagonimus
Klasse: Cestoda ('lintwormen')
Orde:   Cyclophyllidea  
  familie Taeniidae Taenia, Echinococcus
   familie Hymenolepidae Hymenolepis
  familie Dipylididae Dipylidium
Orde:   Pseudophyllidea  
  familie Diphyllobothriidae Diphyllobothrium, Spirometra
       
PHYLUM: NEMATODA (RONDWORMEN)
Klasse: Aphasmidia
    Trichinellidae Trichinella, Trichuris, Capillaria
Klasse: Phasmidia
Orde:   Rhabditida Strongyloides
Orde:   Strongylida Ancylostoma, Necator, Oesophagostomum, Ternidens, Trichostrongylus
Orde:   Ascaridida Ascaris, Toxocara, Anisakis
Orde:   Oxyurida Enterobius
Orde:   Spirurida  
  superfamilie Gnathostomoidea Gnathostoma
  superfamilie Filarioidea Wuchereria, Brugia, Loa, Onchocerca, Mansonella, Dirofilaria
  superfamilie Dracunculoidea Dracunculus
OVERIGE
   - De taxonomische indeling binnen het phylum van de Arthropoda (geleedpotigen) is niet weergegeven. De twee grote hoofdgroepen die als ectoparasieten bij de mens voorkomen zijn de Arachnida (spinachtigen, zoals teken en mijten) en de Insecta (met o.a. vlooien, luizen, vliegen, muggen en wantsen).

 - Pneumocystis wordt thans niet meer bij de protozoa ingedeeld maar bij de gisten. De taxonomische positie van de microsporidia is omstreden. Een protozo of een gist? Pentastomida worden in een apart phylum geplaatst, met twee (zeldzame) vertegenwoordigers: Armillifer en Linguatula.
Tabel 2
Een aantal termen die gebruikt worden bij parasitaire infecties:
Parasitologie:
De kennis over (de leer van) parasieten en parasitaire infecties
Gastheer:
De gastheer is het organisme waarin of waarop de parasiet leeft. De parasiet kan tijdens zijn levenscyclus van gastheer wisselen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen parasieten die maar één gastheersoort parasiteren (monoxeen) en parasieten die van gastheersoort kunnen wisselen (heteroxeen; bijvoorbeeld de lintworm Taenia saginata die voor de levenscyclus afhankelijk is van zowel de mens als het rund). Daarnaast wordt er een onderscheid gemaakt tussen gastheren waarin de ongeslachtelijke vermenigvuldiging van de parasiet plaats vindt (tussengastheer) en gastheren waarin de geslachtelijke vermenigvuldiging/ontwikkeling van de parasiet plaats vindt (eindgastheer). Een groot aantal parasieten, die de mens infecteren worden ook aangetroffen in andere dieren. Deze dieren (gastheren) kunnen daarom optreden als infectiebron voor de mens; we spreken dan van reservoir gastheren.
Transmissie:
Overdracht (transmissie) van parasieten van de ene gastheer naar de andere kan op verschillende manieren plaatsvinden. Bijvoorbeeld door direct (lichaams)contact tussen de gastheren (bijvoorbeeld bij vlooien, mijten, luizen), door het eten van vlees (bijvoorbeeld lintwormen) of vruchten (bijvoorbeeld vossenlintworm) die parasieten, larven of eieren van parasieten bevatten, door contacten met huisdieren (bijvoorbeeld Toxoplasma). Een aantal parasieten, voornamelijk protozoën maar ook wormen, worden overgebracht door ongewervelde dieren, zoals muggen, vliegen en teken. Deze worden de vectoren van de parasiet genoemd.
Vectoren:
Ongewerveld organismen zoals muggen, vliegen en teken, die zorgdragen voor de overdracht (transmissie) van de parasiet van de ene mens naar de andere.
Levenscyclus:
De hele cyclus van vermenigvuldiging en (a)sexuele voortplanting van de parasiet in de verschillende gastheren en de transmissie tussen deze gastheren.
Prepatente periode:
De prepatente periode van een infectie is de tijd dat een parasiet aanwezig is in de gastheer, voordat een parasitologisch bewijs van de aanwezigheid van de parasiet gegeven kan worden. Dit is bijvoorbeeld de periode tussen het infectiemoment en het tijdstip dat wormeieren in de ontlasting verschijnen of dat parasieten in het bloed worden gevonden.
Accidenteel parasitisme:
Bij accidenteel parasitisme wordt een parasiet slechts uiterst zelden in een bepaalde gastheersoort aangetroffen, hoewel hij er goede ontwikkelingskansen in heeft. Meestal komt dat doordat de ontmoetingskans tussen parasiet en de gastheer klein is. Bij de mens is dat bijvoorbeeld het geval met de hondenlintworm Dipylidium caninum.
Facultatief parasitisme:
Bij facultatief parasitisme leven de parasitaire organismen gewoonlijk vrijlevend zonder gastheer maar kunnen zich ook in bepaalde gevallen als parasiet gedragen (b.v. amoeben van het geslacht Naegleria, die aanleiding geven tot meningo-encephalitis bij de mens; larven van de gewone groene bromvlieg, die soms schade aan gezond weefsel toebrengen).
Zoönose:
Een parasitaire infectie van zoogdieren, waarbij de mens als gastheer kan optreden. Zoogdieren vormen het reservoir van waaruit de mens geïnfecteerd raakt.
Commensaal:
Een parasiet waarvan de gastheer geen (aantoonbaar) nadeel van ondervindt. Veel voorbeelden van commensalisme zijn bekend onder de parasieten van de mens; het duidelijkst bij parasieten die in de darmen leven (b.v. de amoebe Entamoeba coli).

Parasitaire infecties in Nederland en in de wereld 
Parasieten bij de mens

Parasieten bij de mens

Voorbeelden van soorten die de mens kunnen infecteren
 

In de tropen en subtropen komen parasieten in grotere aantallen en in grotere diversiteit voor dan in de gematigde en koele streken van de wereld. Onder de infectieziekten in de tropen nemen de parasitaire infecties een dominante plaats in (bijvoorbeeld malaria en schistosomiasis). Het aantal geïnfecteerde personen op een bepaald moment ligt voor de diverse parasietsoorten tussen tientallen en vele honderden miljoenen (bijvoorbeeld Ascaris met meer dan een miljard infecties en malaria waaraan alleen al in Afrika meer dan een miljoen kinderen per jaar sterven).

Het percentage van de mensen dat op een bepaald moment geïnfecteerd is met een bepaalde parasiet, wordt de prevalentie van infectie genoemd. Veel infecties met parasieten verlopen zonder (duidelijke) ziekteverschijnselen. Het percentage geïnfecteerde mensen dat dat wel duidelijke klinische symptomen vertoont (zonder aan de infectie te overlijden) wordt morbiditeit genoemd. Mortaliteit is het percentage geïnfecteerde mensen dat overlijdt als gevolg van een infectie.

 

In Nederland komen parasitaire infecties minder frequent voor en nemen infecties met virussen en bacteriën een belangrijker plaats onder de infectieziekten. Enkele parasitaire infecties die vroeger in Nederland voorkwamen, zoals malaria, zijn uit Nederland verdwenen en kunnen dus nu niet meer in Nederland worden opgelopen. Er zijn echter nog steeds een aantal parasitaire infecties waarvan de prevalentie in Nederland hoog is, zoals die van bijvoorbeeld Toxoplasma, Trichomonas, Enterobius (aarsmade) en Pediculis (hoofdluis). Er is dus alle reden om in Nederland attent te zijn op parasitaire infecties.

Parasitaire infecties die 'van nature' in Nederland voorkomen worden endemische infecties genoemd. Veel parasitaire infecties bij mensen in Nederland worden door parasieten veroorzaakt die hier niet voorkomen maar die zijn opgelopen in het buitenland, de zogenaamde import infecties. Er een toename van deze import infecties in Nederland door de toename van het internationale reizigersverkeer. Migranten, gastarbeiders, asielzoekers, adoptiekinderen, vakantiegangers en diegenen die voor hun beroep of voor familieaangelegenheden een endemisch gebied bezoeken kunnen parasitaire infecties oplopen en meenemen naar Nederland.

Tot niet endemische importziekten behoren bijvoorbeeld malaria, amoebendysenterie en talrijke wormziekten. De toename van importinfecties wordt niet alleen veroorzaakt door een toename van het reizigersverkeer. Ook een toename van (transmissie) van parasitaire infecties in de tropen en ontwikkeling van resistentie tegen geneesmiddelen, zoals bij malaria, kan een oorzaak zijn. Importinfecties zijn van groot belang voor de patiënt en de arts maar zelden of nooit vindt de geïntroduceerde parasiet hier gunstige omstandigheden voor verspreiding. In tabel 3 wordt een globaal beeld gegeven van de belangrijkste parasieten van de mens, die ziekteverschijnselen kunnen veroorzaken en welke in Nederland kunnen worden opgelopen.

 

Tabel 3: Enkele potentieel pathogene parasieten bij de mens
Sommige van de endemische parasieten worden in de praktijk vooral als importinfectie gezien (b.v. Entamoeba histolytica, Ascaris, Sarcoptes). Andere zijn in hun verspreiding in principe gebonden aan de (sub)tropen maar kortstondige transmissie rondom infectie-gevallen in Nederland kan voorkomen. Een bekend voorbeeld is de overdracht binnen de familekring van infecties met Entamoeba histolytica die in de tropen zijn opgelopen. Ook zijn er parasieten waarvan transmissie in Nederland kan plaats vinden terwijl in de praktijk deze infecties (nog) niet of niet meer gezien worden.
In Nederland als import (de infectie kan alleen buiten Nederland opgelopen worden, bijvoorbeeld in de tropen) In Nederland endemisch (de infectie kan in Nederland worden opgelopen)

alle malaria-parasieten
Entamoeba histolytica
Leishmania-soorten
Trypanosoma-soorten
Isospora belli
Cyclospora
Taenia solium
alle Schistosoma-soorten
Clonorchis sinensis
Paragonimus westermani
mijnwormen
Strongyloides stercoralis
alle filaria-soorten
Tunga penetrans
Dermatobia hominis
Cordylobia anthropophaga
Trichomonas vaginalis
Toxoplasma gondii
Pneumocystis jiroveci
Entamoeba dispar
Giardia lamblia
Dientamoeba fragilis
Cryptosporidium spp.
Microsporidium-soorten
Taenia saginata
Echinococcus spp
Hymenolepis nana
Fasciola hepatica
Ascaris lumbricoides
Toxocara canis
Anisakis soorten
Enterobius vermicularis
Trichuris trichiura
Sarcoptes scabiei
Demodex folliculorum
Pediculus capitis
Phthirus pubis

Wetenschappelijk onderzoek in Nederland aan parasitaire infecties

In Nederland wordt wetenschappelijk onderzoek verricht aan parasitaire infecties. Dit onderzoek vindt plaats aan universiteiten, in (academische) ziekenhuizen en in instituten zoals het RIVM, KIT en BPRC en is gericht op:

 

  • Verbetering van methoden voor de diagnostiek van parasitaire infecties
  • Betere methoden voor behandeling van parasitaire infecties
  • Ontwikkeling van nieuwe methoden van bestrijding van parasieten en behandeling van infecties zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en vaccins.
 

Diagnostiek van parasitaire infecties

Zie Diagnostiek algemeen 

 

Behandeling van parasitaire infecties: therapie

Zie Therapie algemeen

 

Tropenreizigers en parasieten

Veel parasitaire infecties worden opgelopen door reizigers naar de (sub)tropen, zoals bijvoorbeeld malaria en schistosomiasis. Er zijn op dit moment geen effectieve vaccins tegen parasitaire infecties.


Voor het voorkomen van het oplopen van een aantal parasitaire infectie tijdens het verblijf in de (sub)tropen zijn effectieve (en simpele) maatregelen te nemen, zoals bijvoorbeeld het innemen van malariaprofylaxe en slapen onder een klamboe tegen het oplopen van malaria infecties of het vermijden van watercontact in Afrika waar schistosomiasis voorkomt.


Het Landelijk Centrum Reizigersadvisering LCR (zie links pagina) geeft adviezen voor de preventie van het oplopen van parasitaire infecties. Dit is het centrale orgaan in Nederland dat zich bezig houdt met de preventie van ziekte bij reizigers, "de reizigersadvisering". Het LCR geeft daarnaast de landelijke richtlijnen uit met betrekking tot vaccinaties en anti-malariamaatregelen. De landelijke richtlijnen worden verspreid onder artsen en vaccinerende instellingen, zoals GGD's en het LCR adviseert organisaties van reisbureaus en touroperators.

 

Bestrijding van parasieten van preventie van parasitaire infecties

Er zijn op dit moment geen effectieve vaccins tegen parasitaire infecties.

Voor het voorkomen van het oplopen van een aantal parasitaire infectie tijdens het verblijf in de (sub)tropen zijn effectieve (en simpele) maatregelen te nemen, zoals bijvoorbeeld het innemen van malariaprofylaxe en slapen ondereen klamboe tegen het oplopen van malaria infecties of het vermijden van watercontact in Afrika waar schistosomiasis voorkomt.

Bestrijding van parasieten in Nederland wordt voornamelijk uitgevoerd door behandeling van mensen met medicijnen die een parasitaire infectie hebben, zowel als therapie als ter voorkoming van verdere verspreiding van de parasiet (bijvoorbeeld bij schurftmijt en hoofdluis).

Het Centrum Infectieziektenbestrijding CIb van het RIVM brengt richtlijnen (LCI protocollen; zie links pagina) uit voor de Nederlandse infectieziektebestrijding. Hieronder vallen ook een aantal richtlijnen voor de bestrijding (en behandeling) van parasitaire infecties.



'Veelgestelde vragen' over parasitaire infecties

Zie Veelgestelde vragen

Websites over parasieten en parasitaire infecties

Zie de pagina met links naar andere websites met informatie over:

 

  • Onderzoek aan parasieten in Nederland 
  • Informatie voor (tropen)reizigers over infecties met parasieten 
  • Behandeling/bestrijding van parasitaire infecties 
  • Diagnostiek van parasitaire infecties 
  • Informatie over veterinaire parasitologie 
  • Algemene informatie over parasieten en parasitaire infecties 
  • Verspreiding van parasitaire infecties
  • Societies for Parasitology

 

Literatuur over parasieten en parasitaire infecties

Diagnostiek van parasitaire infecties
- Medische Parasitologie, Handleiding bij de laboratorium diagnostiek' (A.M. Polderman, eindredactie, 4e druk, Syntax Media, Oosterbeek)

 

 

Medewerkers aan de Parasieten Factsheets en Protocollen

 

Medische Parasitologie

 

 

De Parasieten factsheets en protocollen zijn tot stand gekomen onder auspiciën van de Nederlands Vereniging voor Parasitologie (NVP). De informatie wordt aangeleverd door een aantal deskundigen die direct betrokken zijn bij de patiënten-diagnostiek en behandeling van parasitaire infecties. De algemene informatie over parasitaire infecties en diagnostiek van parasitaire infecties is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de redactie van het boek: "Medische Parasitologie: Handleiding bij de Laboratoriumdiagnostiek" (Dr. A.M. Polderman, eindredactie; 2005, 4e druk; Syntax Media, Oosterbeek).

 

 

Ing. E. Brienen; Leids universitair Medisch Centrum, Leiden

Prof. Dr. A.M. Deelder; Leids universitair Medisch Centrum, Leiden

Dr. J.W.B. van der Giessen; Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven

Dr. T. van Gool; Academisch Medisch Centrum (AMC), Amsterdam

Drs. C.E. van Goor; Hogeschool, Leiden

Dr. J.J. van Hellemond, ErasmusMC & Havenziekenhuis, Rotterdam 

Dr. C.J. Janse; Leids universitair Medisch Centrum, Leiden

Drs. T. Kortbeek; Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven

Dr. L. van Lieshout; Leids universitair Medisch Centrum, Leiden

Dr. Th.G. Mank; Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid, Leiden

Dr. B. Pinelli; Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven

Prof.dr. R.W. Sauerwein; Ac. Ziekenhuis St. Radboud, Nijmegen

Dr. H.D.F.H. Schallig; Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT), Amsterdam

Prof. Dr. A.G. Tielens; ErasmusMC & Havenziekenhuis, Rotterdam

Dr. J.J. Verweij; Leids universitair Medisch Centrum, Leiden

Ing. G.J.M.M. Derks; Dr. A.M. Polderman; Dr. J.F. Sluiters; Dr. J.P. Verhave; Dr. P.J. A. Beckers

Tekstgrote:  kleiner -  groter  Pagina-navigatie:  Naar boven