Behandeling van parasitaire infecties: therapie

Therapie

Medicijnen
Behandeling/therapie van patiënten met parasitaire infecties berust voornamelijk op het doden van de parasiet met behulp van medicijnen.

Behandeling van sommige parasitaire infecties met medicijnen kan door een huisarts plaats vinden (bijvoorbeeld infecties met aarsmaden, hoofd- en schaamluizen) en sommige medicijnen zijn ook zonder recept bij een apotheek/drogist te verkrijgen. Er zijn echter een aantal parasitaire infecties waarvan zowel de diagnose als behandeling door medisch specialisten uitgevoerd worden (bijvoorbeeld behandeling van malaria of Afrikaanse slaapziekte). Een aantal (academische) ziekenhuizen/instellingen hebben specifieke expertise in huis voor zowel de diagnostiek en behandeling van parasitaire infecties (zie Diagnostische Centra)

 

Vaccins
Er bestaan op dit moment nog geen effectieve vaccins tegen parasitaire infecties, die bescherming bieden tegen het oplopen van een infectie. Beschermende maatregelen tegen een infectie berusten daarom voornamelijk op het vermijden/voorkomen van contact met de parasiet.

 

Infectieverloop

Infecties met sommige parasieten veroorzaken altijd ziekteverschijnselen, zoals bijvoorbeeld infecties met malariaparasieten. Bij veel parasieten verloopt een infectie zonder (klinische) symptomen en vaak weet men daarom niet dat men met een parasiet geïnfecteerd is. Ook zijn er parasieten die maar bij een (klein) percentage van de geïnfecteerde mensen ziekteverschijnselen veroorzaken.

Daarnaast zijn er infecties met parasieten die in 'gezonde' mensen geen symptomen veroorzaken, maar wel bij mensen waarvan het immuunsysteem ernstig verzwakt is (imuun-deficiënte patiënten) bijvoorbeeld door een HIV-infectie, ouderdom of immuno-suppressieve behandelingen (zoals bestraling of behandeling met cytostatica, corticosteroïden) of bij kinderen met aangeboren immuunstoornissen.

 

De meeste parasitaire infecties verlopen 'subklinisch'. Bij deze infecties zorgt de natuurlijke immunologische afweer van de mens voor een beperking in de lokalisatie van parasieten en/of in het aantal parasieten, waardoor er voor de gastheer weinig schade ontstaat. De immuniteit die bij parasitaire infecties ontstaan is  vrijwel nooit volledig en parasieten weten aan het immuunsysteem te ontsnappen. Het aanwezig blijven van deze parasieten zorgt voor het in stand houden van een premuniteit en heeft een beschermend effect bij nieuwe infecties. Bij immunosuppressie kunnen deze 'latente' parasieten zich vaak massaal vermenigvuldigen, waardoor ziekteverschijnselen optreden die levensbedreigend kunnen zijn. Bijvoorbeeld een relatief groot percentage van HIVpatienten ontwikkelt een pneumocystis pneunomie of een toxoplasma-encephalitis.

 

Protocollen/richtlijnen voor behandeling en bestrijding van parasitaire infecties

 

Voor de behandeling van de meeste parasitaire infecties bestaan geen landelijke of wettelijk vastgestelde protocollen/richtlijnen. De meeste ziekenhuizen hebben 'in huis' therapie-protocollen opgesteld.

Er bestaan wel landelijke richtlijnen voor preventie van malaria door malariaprofylaxe, die uitgegeven worden door

Het Landelijk Centrum Reizigersadvisering (LCR; zie links pagina).

Het Centrum voor Infectieziektebestrijding (CIb; zie links pagina) van het RIVM brengt richtlijnen uit voor de Nederlandse infectieziektebestrijding. Hieronder zijn ook een aantal richtlijnen voor de bestrijding van parasitaire infecties, waarin ook informatie gegeven wordt voor de behandeling van de infecties. In de onderstaande tabel staan de parasitaire infecties genoemd waarvoor LCI-richtlijnen bestaan voor bestrijding en behandeling.

Verschillende leden van de Nederlandse Vereniging voor Parasitologie en de sectie Parasitologie van de SKML zijn betrokken bij het opstellen van richtlijnen voor therapie door het CBi en het opstellen voor therapierichtlijnen binnen medische instellingen zoals de academische ziekenhuizen.

Op deze website zijn op dit moment nog geen protocollen en richtlijnen te vinden voor therapie van parasitaire infecties. In de toekomst zal de NVP echter een coördinerende rol vervullen bij het verzamelen van gegevens voor therapierichtlijnen en het opstellen van therapierichtlijnen.

 

Tabel:

Parasitaire infecties waarvoor richtlijnen (LCI-protocollen) voor bestrijding/behandeling zijn opgesteld door het CIb (zie links pagina).

Parasitaire infectie Parasiet Overige informatie
Ascariasis Cheyletiella yasguri (hond),
C. blakei (kat),
C. parasitovorax (konijn),
Dermanyssus gallinae (vogelmijt)
zoönotische of animale scabies en overige prurigo parasitaria op basis van cheyletiellidae en vogelmijt
Babesiosis Babesia. divergens ,B. bovis, B. microti Protozoën van zoogdieren en vogels die accidenteel mensen kunnen infecteren
Cryptosporidium Cryptosporidium parvum  
Giardiasis Giardia lamblia (synoniemen: G. duodenalis, G. intestinalis)
Malaria P. falciparum, P. vivax, P. ovale, P. malariae  
Scabies (schurft) Sarcoptes scabiei  
Schistosomiasis, bilharza S. mansoni, S. haematobium, S. japonicum  
Toxoplasmose Toxoplasma gondii  
Trichinose (spiertrichine) Trichinella spiralis  
Echinokokkose Echinococcus granulosus of E. multilocularis (hydatidosus, vossenlintworm, blaasworm, hondenlintworm)

Tekstgrote:  kleiner -  groter  Pagina-navigatie:  Naar boven